Safetyplaza Callcentre
Schrijf u hier in voor onze Seminairs
Bekijk deze Video
 
Het volgende event is over:
Geen event gepland.
   
 
 
FAQ
 
Q: Tot wanneer mag ik risicocategorieën blijven gebruiken?
A: In November 2009 vervalt de EN954-1 en vervallen daarmee ook de risicocategorieën. Vanaf dat moment gelden EN-ISO13849-1 (PL = Performance Level / Prestatieniveau) én IEC62061 (SIL = Safety Integrity Level / Faalkansen). Tot 11-2009 mag u zowel de oude als de nieuwe normen gebruiken.

Q: Wanneer is er een nieuwe machinerichtlijn?
A: In december 2009 is er een nieuwe machinerichtlijn 2006/42/EG en komt de oude machinerichtlijn 98/37/EG automatisch te vervallen.

Q: Bestaan er verplichtingen tegen ongewenste manipulatie van veiligheidssystemen?
A: Er is in mei 2007 een aanvulling op de EN1088 gekomen: EN1088/A1. Het zijn vier pagina’s die uitsluitend over manipulatie (defeat) handelen. Ook de nieuwe machinerichtlijn bevat meer verplichtingen tegen manipulatie.

Q: Moeten er voor hoge risico’s (huidige categorie 3 en 4) één of twee schakelaars per toegangsdeur worden gebruikt?
A: Er zijn meerdere opties: (optie 1) Twee elektromechanische schakelaars waarvan één eventueel vergrendelbaar. (optie 2) Één contactloze veiligheidsschakelaar. (optie 1 en 2) Elke deur moet door een individueel veiligheidsrelais worden bewaakt. (optie 3) Één intelligente “Fail Safe” schakelaar of sensor met geïntegreerde elektronica. (optie 4) Één ASí-Safe veiligheidsschakelaar of sensor. (optie 3 en 4) Hebben géén individueel veiligheidsrelais nodig

Q: Zijn er regels voor het overbruggen van veiligheidsfuncties?
A: Dit noemt men “Muting”. Algemene voorwaarde is dat men zich met een dodemansknop in de hand in het gevaarlijke gebied mag begeven wanneer daar overgeschakeld is op enkelvoudige afwendbare bewegingen/snelheden.

Q: Dient een robot steeds omgeven te worden door een hekwerk of afscherming?
A: Indien een robot in automatisch bedrijf wordt geschakeld, dient er normaliter steeds een afscherming aanwezig te zijn. Enerzijds om personen te verhinderen om in de nabijheid van de robot te komen, anderzijds ook om eventuele gevaren die eigen zijn aan het robotsysteem (verliezen van een product uit een pneumatische grijperklem) te voorkomen. In een aantal specifieke gevallen zijn uitzonderingen mogelijk. Zie EN775 en ISO10218

Q: Indien een robot enkel op lage snelheid wordt bewogen, is ook dan een afscherming noodzakelijk?
A: Ja, men kan enkel afzien van een afscherming indien de robot op een lage snelheid wordt bewogen waarbij de bediener steeds een dodemansknop dient te drukken om vrijgave tot bewegen toe te laten. Deze mogelijkheid dient te bestaan om de robot bv te kunnen programmeren maar wordt in productieomgeving zelden benut. Zie EN775 en ISO10218

Q: Is er interactie mogelijk tussen een robot en bediener zonder dat de robot hardwarematig dient afgeschakeld te worden?
A: Dit is mogelijk mits toepassing van zogenaamde “Saferobots”. Deze robots hebben speciale voorzieningen die toelaten om bv de robot met de hand vast te nemen en te “begeleiden” of om een product aan de robot te overhandigen zonder hardwarematige uitschakeling. Zie EN775 en ISO10218

Q: Dient bij gebruik van een robot steeds een sturing CAT4 gehandhaafd te worden? A: Neen, de risicoanalyse dient hier uitsluitsel te geven. Veelal worden robotinstallaties op een perfect veilige manier in een CAT3 uitgevoerd. Zie EN775 en ISO10218 Q: Mag een robot “van op afstand” worden opgestart?
A: Neen, tenzij hiervoor uitzonderlijke veiligheidsmaatregelen zijn getroffen, mag een installatie niet worden gestart zonder dat de bediener zich ervan heeft kunnen vergewissen dat er zich geen gevaarlijke toestanden kunnen voordoen. (Opsluiten van een persoon binnen de installatie). Zie EN775 en ISO10218

Uw vraag zat er niet tussen? Mail ons…
 
 

Home Wie zijn wij? Nieuwsoverzicht Partners Beursagenda Vacatures Foto's Links Contact Bezoek ons fotoalbum Bezoek ons fotoalbum Bezoek ons fotoalbum Bezoek ons fotoalbum